GEDICHT

 

DE KASTANJEBOOM, LE CHÂTAIGNIER 

 

Warme tranen, mon Garde Géant 

kwamen vannacht onverwacht om jou 

het doodsgesnerp van kettingzagen 

door je vijf stammen, nu stompen rauw 

en pijnlijk in de troostende wind 

wat weten wij van eeuwen op wacht 

je bescherming voor het mensenkind 

 

Jij, châtaignier, jij bomenwonder 

de hondjes snuffelden om je heen 

een feest als de kastanjes vielen 

het everzwijn met jongen verscheen 

 

Het jaar tweeduizendvierentwintig 

nu leven verfraaien is een gunst 

gevechten beginnen blijft barbaars 

ze stoppen door vrede is een kunst 

 

Ook dat heb je kunnen aanschouwen 

vanuit je statige bomenkruin 

 

dag lieve reus, we gaan niet rouwen 

ik blijf de mens/toekomst vertrouwen 

 

© Lucy Steen-van der Schuit, Cléguérec 2024